CAPITOOL REISGIDSEN

Capitool Reisgids Hasselt & Limburg

 "Hoe gaan we Limburg ooit in 208 pagina's krijgen?"

Bartho Hendriksen trekt op verkenning voor nieuwe Capitoolgids

Caroline VANDENREYT

BORGLOON - "Het begijnhof in Tongeren vond ik mooi, maar de school verderop was wel vreemd. Net cellen. O, da's een gevangenis? Heb ik niet in de stadsplannen gevonden. Interessant," zegt Bartho Hendriksen, op verkenning door Limburg voor de nieuwe Capitoolgids. Na Barcelona, New York en Parijs, komt er nu een Limburgse versie van de bekende gids. Een modemuseum, een fietsroutenetwerk, een gevangenis. Als dat geen attracties zijn.
 
De reisgids Capitool moet buitenlandse bezoekers naar Limburg lokken. Het provinciebestuur heeft 250.000 euro uit het Limburgfonds op tafel gelegd om de uitgeverij te overtuigen van het unieke van deze provincie. Toerisme is één van de belangrijke pijlers in het Limburgse reconversiebeleid. In ons land bestond tot nog toe enkel de Capitoolgids Brussel en België.


Druilerige regen, afgewisseld met een frisse flard zon. Een authentiek beeld van Limburg kreeg tekstschrijver Bartho Hendriksen uit Culemborg (Nederland) alvast. Vanaf deze week trekt hij elke maand een paar dagen door Limburg, op zoek naar afwijkende plekjes. Het resultaat, met foto's en illustraties, moet voorjaar 2004 in de winkels liggen: de Capitoolgids Hasselt en Limburg, een toeristische staalkaart van deze provincie.
"Wat ik al van Limburg kende? Hasselt natuurlijk. Ik was er nog nooit geweest, maar die gratis bussen van jullie, die kent iedereen. Of ik 'm genomen heb? Neen, we zijn met de gratis fiets naar de Japanse tuin gereden. En werden meteen getrakteerd op gratis regen," lacht hij, terwijl hij
goedkeurend de Burgheuvel in Borgloon onder de loep neemt. "Schitterend
uitzicht, zoiets moet zeker in de gids staan."
Dat de fotograaf hem bevestigt dat dit hét Loonse vrijplekje is, kan toch alleen maar helpen?

Steegjes
Hasselt heeft hij intussen al achter de kiezen, Tongeren, Borgloon, Sint-Truiden. "Omdat het nog wat vroeg in het seizoen is, doe ik eerst de grote steden. Daar is meer open," vertelt Hendriksen.
Een eerste indruk? "Hasselt is anders dan ik me had voorgesteld. Verrassend. Heel apart vind ik die doorsteken, kleine steegjes die straten met elkaar verbinden, verborgen vaak, maar met hele mooie plekken. In Tongeren was ik erg onder de indruk van het Gallo-Romeins Museum, de vormgeving. Zo zou, volgens mij, elk museum moeten zijn."
Maar het zijn niet alleen de platgetreden steden die het in de gids halen. Hendriksen trekt de hele provincie rond. Van Lauw tot Kerniel, van Peer tot Eisden. "Kijk eens, het resultaat hangt aan mijn wagen: vettige Haspengouwse klei. Zelfs in Herstappe ben ik vandaag geweest, het kleinste stukje van
Limburg. Met zo'n 87 inwoners, geloof ik. Ik weet niet of ik ze allemaal gezien heb, bijna..."
Fietsen
Maar hoe begin je aan zo'n gids? "Ik doe het uiteraard niet alleen, drie tekenaars, fotografen, het is een gedeelde taak. Het begint, als schrijver, uiteraard met de opdracht van de uitgever. En dan ben ik in folders, brochures gaan zoeken, om een voorstel te maken. Het uitgangspunt: het moet anders dan anders zijn, het moet afwijken van het bekende. Dat voorstel is dan besproken met de uitgever en Toerisme Limburg, en vanaf dan ga ik op pad."

Wat maakt Limburg bijzonder, in zijn ogen? "De kracht zit 'm in de natuur, in het fietsroutenetwerk. Vind je nergens, zoals hier. Zoals mijn logies: ik ben vannacht blijven slapen in een hoeve in Nerem. Om vanochtend wakker te worden met het gekraai van een haan, het kabbelen van de Jeker."

Jenever
Ook culinaire tips en praktische aanwijzingen hebben hun plek in de gids. "Ik heb al een slokje jenever geproefd, en ook de speculaas ga ik proberen. Alleen jullie chocolade? Krijg ik me niet toe overtuigd."
Dit wil hij zeker in de gids: een stadswandeling door het begijnhof van
Tongeren, een fietstocht door het verleden van de mijn-streek, een stadswandeling in Peer. "Vooral dat mijnverleden wil ik zelf graag ontdekken. In Nederlands-Limburg vind je er bijna niets van terug. Maar bij jullie, het moet de moeite zijn. Oei, oei, hoe gaan we dat allemaal in 208 pagina's krijgen."

Caroline VANDENREYT
© 2003 Concentra Uitgeversmaatschappij n.v.

Uit: Het Belang van Limburg, dd 14/03/03